Gebruik altijd de voorgeschreven beschermingsmiddelen.
Draag tenminste:
Veiligheidshelm
Veiligheidsschoenen
Veiligheidsbril
Deugdelijke werkkleding
Zorg ervoor dat u altijd uw toegangspas en/of veiligheidspaspoort kunt tonen.
Controleer regelmatig de geldigheid van certificaten en trainingen.

Gebruik juist en deugdelijk gereedschap.
Controleer op aanwezige keuringsstickers.
Controleer altijd vooraf uw werkomgeving op onveilige situaties.
Houd uw werkplek ordelijk en werp afval in de daarvoor bestemde bakken.
Voorkom morsen, lekkages en emissies van milieugevaarlijke stoffen.
Wees zuinig met energie.
Schakel niet in gebruik zijnde apparatuur en motoren direct uit.
Maak onveilige situaties direct (tijdelijk) veilig en meld deze direct bij uw leidinggevende.
Houd u aan veiligheid-, verkeer-, en gedragsregels.

Blijf van alle apparatuur af waarvoor u geen nadrukkelijke toestemming heeft om aan of mee te werken.
Vraag uw leidinggevende om extra informatie wanneer werkzaamheden of risico’s u niet geheel duidelijk zijn.

Het is niet toegestaan om onder invloed van alcohol of drugs op uw werk aanwezig te zijn. Het gebruik van medicijnen die het reactievermogen kunnen beïnvloeden, dient u te melden bij uw leidinggevende.
Rook alleen op plaatsen waar dit nadrukkelijk is toegestaan.

Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van de alarmregels en verzamelpunten bij calamiteiten. Houd vluchtwegen en veiligheidsmiddelen vrij van obstakels.
Zorg voor een geldige werkvergunning waar dit vereist is.
Lees vooraf het etiket en de veiligheidsinformatie als u met chemicaliën werkt.